Kiswahili voor reizigers

Wanneer je naar Kenia gaat is het de moeite waard om een aantal basiszinnetjes Kiswahili te leren. Swahili heeft een simpele uitspraak; je moet elke letter uitspreken. Basis Swahili voor reizigers. Groeten is belangrijk in Oost-Afrika. Ga niet een gesprek aan voordat je ‘hallo hoe gaat het?’ hebt gevraagd.

  • Hallo = Jambo / hujambo / Salama
  • Hoe gaat het? = Habari Gani
  • Tot ziens = Kwa heri / Kwa herini
  • Zie Je Later = Tutaonana
  • Leuk om je te ontmoeten = Nafurahi kukuona
  • Weltrusten= Lala salama
  • Ja = Ndiyo
  • Nee = Hapana
  • Dank u = Asante
  • Heel erg bedankt = Asante sana
  • OK = Sawa
  • Neem me niet kwalijk = Samahani
  • Wees welkom = Starehe
  • Kunt u mij helpen ? = Tafadhali , naomba msaada
  • Wat is je naam ? = Jina Lako nani ?
  • Mijn naam is = Jina langu ni …
  • Waar kom je vandaan ? = Unatoka wapi ?
  • Ik ben van .. = Natokea …
  • Mag ik een foto maken ? = Naomba kupiga Picha
  • Spreek je Engels ? = Unasema kiingereza ?
  • Hoe zeg je in het Swahili ? = Unasemaje … kwa Kiswahili
  • Ik begrijp het niet = Sielewi
  • Vriend = Rafik\
  • Waar is de … = Ni wapi …
  • Luchthaven = uwanja wa Ndege
  • Busstation = stesheni ya basi
  • Bushalte = bas stendi
  • Taxistandplaats = stendi ya Teksi
  • Treinstation = stesheni ya treni
  • Bank = benki
  • Markt = soko
  • Politiebureau = kituo cha polisi
  • Postkantoor = posta
  • VVV = Ofisi ya watali
  • Bus = basi
  • Vliegtuig = Ndege
  • Is er een bus naar … ? = Kuna basi ya … ?
  • Ik wil graag een kaartje kopen = Nataka kununua Tikiti
  • Is het in de buurt = Ni karibu ?
  • Is het ver = Ni mbali
  • Er = Huko
  • Daar = bleke
  • Ticket = Tikiti
  • Waar ga je heen ? = Unakwenda wapi ?
  • Wat is het tarief ? = Nauli ni kiasi gani ?
  • Hotel = hoteli
  • Kamer = chumba
  • Reservering = akiba
  • Hoeveel is het per nacht ? = Ni bei gani kwa usiku ?
  • Klamboe = chandalua
  • Vandaag = leo
  • Morgen = kesho
  • Gisteren = jana
  • Nu = sasa
  • Later = baadaye
  • Elke dag = kila siku
  • Maandag = Jumatatu
  • Dinsdag = Jumanne
  • Woensdag = Jumatano
  • Donderdag = Alhamisi
  • Vrijdag = Ijumaa
  • Zaterdag = Jumamosi
  • Zondag = Jumapili
  • 1 = moja
  • 2 = Mbili
  • 3 = tatu
  • 4 = nne
  • 5 = tano
  • 6 = sita
  • 7 = saba
  • 8 = nane
  • 9 = tisa
  • 10 = kumi
  • 11 = kumi na moja ( tien en een)
  • 12 = kumi na Mbili ( tien en twee )
  • 20 = ishirini
  • 21 = ishirni na moja ( een en twintig )
  • 30 = thelathini
  • 40 = arobaini
  • 50 = hamsini
  • 60 = sitini
  • 70 = sabini
  • 80 = themanini
  • 90 = tisini
  • 100 = mia
  • 200 = mia Mbili
  • 1000 = elfu
  • 100000 = laki
  • Ik zou graag = nataka …
  • Eten = Chakula
  • Warm / koud = ya moto / baridi
  • Water = maji
  • Warm water = Maji ya moto
  • Drinkwater = Maji ya kunywa
  • Bier = bia
  • Melk = maziwa
  • Vlees = nyama
  • Kip = nyama kuku
  • Vissen = sumaki
  • Rundvlees = nyama Ng’ombe
  • Fruit = Matunda
  • Groenten = mboga
  • Arts = daktari / mganga
  • Ziekenhuis = hospitali
  • Medisch Centrum = matibabu
  • Ik ben ziek = mimi ni mgonjwa
  • Ik heb een dokter nodig = nataka Kuona daktari
  • Het doet pijn hier = naumwa hapa
  • Koorts = homa
  • Malaria = melaria
  • Hoofdpijn = UMWA Kichwa
  • Diarree = Harisha / endesha
  • Braken = tapika
  • Medicijnen = dawa